Druk
21 augustus 2007
Gisteren ben ik in een dun boekje begonnen. Het heet ‘Somberman’s actie’ en is geschreven door Remco Campert. Het boekje gaat over Somberman, een man die sinds een tijdje werkloos is, en zijn dagen vult met nietsdoen. Zijn beste vriend Domoor is met pensioen, en doet ook niets. Toch zie je bij beiden, dat zij na een tijdje een steeds sterkere onrust gaan voelen, door de mensen die zij tegenkomen. Dit mondt uiteindelijk uit in Somberman’s actie.
Dat komt me bekend voor, niets doen. Het gevoel, en ook de onrust die daarbij horen, ken ik. Het afgelopen schooljaar heb ik veel niets gedaan. Ik heb het ook vaak druk gehad. In oktober besloot ik als au-pair naar Parijs te gaan. Ik was een luizige student die haar dagen vulde met koffie drinken, op de bank hangen, en muziek luisteren. Ik ging naar Parijs, de stad waar de stress is uitgevonden. Op geen enkele plek ter wereld, vind je zo’n concentratie aan apotheken als in Parijs. Op elke straathoek zit er wel een.
’s Morgens om acht uur zat ik al in de les. Franse les. Om half elf haastte ik me met de metro naar huis, om eten te koken. Ik haalde ‘mijn’ kind op, at met haar, dropte haar in bed, en deed huishoudelijk werk. Stofzuigen, was opvouwen, opruimen, strijken, etc. Ik bracht haar weer naar school, deed huishoudelijk werk, haalde het kind weer op, bracht haar naar gym of muziekles, speelde met haar, kookte weer een maaltijd. Fransen eten immers twee keer warm. Dan stopte ik het kind in bad, en legde haar in bed. Als ik geluk had, hoefde ik dan alleen de afwas nog te doen, en kon ik om acht uur ’s avonds naar mijn kamertje, een paar straten verderop. Maar omdat de ouders drie keer per week uit eten gingen, stond ik vaak tot midden in de nacht te strijken. In de schoolvakantie werkte ik regelmatig 15 uur per dag.
Van Parijs heb ik niet veel gezien, omdat het uitgaan onbetaalbaar, en ik vaak te moe was om iets te doen. Ik heb het daar een maand of drie uitgehouden. Terug in Nederland heb ik meteen een baantje genomen. Laborant in een patatfabriek, ik draaide veel nachten. Maar wat een verademing was dat werk. Na acht uur werken was ik klaar, en kon ik doen wat ik wilde. In die tijd ben ik nog eens terug gegaan naar mijn oude studentenhuis. Ik heb me er uitgebreid over verbaasd hoeveel uren op een dag wel niet gevuld kunnen worden met koffiedrinken.
Toen in genoeg geld had verdiend, trouwde ik met GJ. Ik verhuisde naar Leuven, en daar begon het grote nietsdoen weer. Te midden van de andere luie studenten zat ik op café en maakte grappen over hoe weinig ik die dag weer had uitgevoerd. Het tochtje naar de Aldi werd het hoogtepunt van de dag. Af en toe werkte ik een dagje, om uit de rode cijfers te blijven. Om me heen zag ik mensen die heftige stressend naar de zomervakantie verlangden. Ik had al zomervakantie sinds april. Alle dagen leken op elkaar. Mijn eerste studiejaar had ik nog altijd niet afgerond.
Daar ben ik dus nu mee bezig. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik niets heb gedaan. Ik heb aardig wat stress gehad over die studie, omdat ik er veel te laat aan begon. Eeuwige vakantie is niet fijn. Je ligt uren in je bed, en blijft maar moe. Je loopt de hele dag rond in pyjama, omdat er toch geen reden is om aan te kleden. Urenlang op internet rondsurfen, en eigenlijk niets leuks zien. Ondertussen de sluipende onrust voelen, maar er je dagtaak van maken die te negeren.
Het fijne aan vakantie is dat het ergens begint, en ergens weer ophoudt. Het fijne aan een gevuld, en soms gestressed leven, is dat je er voldoening uit kunt halen. Stress is niet fijn, maar een leven zonder voldoening is nog veel minder fijn. Nu heb begin ik het eindelijk weer druk te krijgen, en dat ben ik van plan zo te houden. Net zo lang totdat ik weer weet hoe het voelt, te snakken naar vakantie.