Zoektermen II
30 september 2007
Van de 50 rare woorcombinaties die ik vorige week zondag op mijn blog zette, zijn er maar 3 daadwerkelijk opgezocht. En dat waren: leenwoorden, homohaters, en etiquette. Dit waren de zoektermen:
Leenwoorden noodweer
Homohaters, wat zijn ze?
Propedeuse en etiquette
Het was een grappig experiment, maar de oogst is wat teleurstellend. Blijkbaar werkt het toch anders met zoektermen. Een woord één keer noemen volstaat niet om opgezocht te worden. En verder is het vaak de combinatie van twee ongewone woorden die er voor zorgt dat je bovenaan verschijnt bij een zoekmachine. Mijn meeste zoektermen gaan nog altijd over uggs, snuggs, en andere wintertrends. Dit waren de overige zoektermen die ik de moeite waar vind om te plaatsen:
Ik weet niet zeker of ik een jongen ben? Wat zijn de kosten om het Anne Frank huis te bezoeken? Kinderen nakie thuis. Kleren van mijn zusje. De bruine krullenman.
Tot zover het experiment.
Hollandse Enclave
28 september 2007
Woensdag zat er een brief bij de post. Het was een uitnodiging van Hollandia Lovaniensis. Dat is een Nederlandse Studentenvereniging, speciaal voor Nederlanders die in Leuven studeren. Als Nederlander werd ik hartelijk uitgenodigd in het land van de Zuiderburen. Bovendien wilde Hollandia Lovaniensis graag met mij kennismaken. En wel op 26 september om 10 uur ’s avonds. Dat was dus binnen een paar uur.
Om 7 uur speelde Milow in het stadspark. Je weet wel, die van dat liedje: “You don’t know anything about meeee.” Een sympathieke jongeman die ook in Leuven gestudeerd heeft. Met een akoestische gitaar speelde hij Counting Crows achtige nummers. Lekker meeblèren, een aansteker boven het hoofd rondzwaaien, en verder niet te veel nadenken. Het publiek vond ik nogal doods. Ik dacht dat de festivals in België waren uitgevonden. Ik hoop niet dat al die studenten zich ook zo op Werchter gedragen. Ze klapten niet eens.
Daarna ging ik op café met een groepje Nederlanders die ik via GJ ken. Ik vertelde over de Nederlandse studentenvereniging en iedereen werd geestdriftig. Volksgenoten, hier in deze stad! Verenigd tot een machtige groep, in staat om café’s te overheersen met luidruchtigheid, harde grappen, en slecht bier! Die victorie wilden ze meemaken! En zo kwam het dat wij ons om een uur of 11 naar de Rector begaven. Niet mijn favoriete café, maar allez.
In de rector was alles als normaal. Ik liep door het café, op zoek naar Nederlands aandoende hoofdjes. Tevergeefs. Bijna wilden we weer naar buiten gaan, toen een jongeman met een rood-wit-blauwe sjerp en een enorm vat bier langs ons liep. Hij leidde ons door een kleine deur waarachter het vuilnis bewaard werd. Vervolgens moesten we drie trappen omhoog. In een klein zaaltje zat het stampvol met Nederlanders. Volgens mij de meest Nederlandse Nederlanders die ik ooit heb gezien.
Alle leden van Hollandia droegen de befaamde rood-witblauwe sjerp en waren gekleed als echte corpsballen. In normaal Nederlands betekent dat: veel gestreepte polo’s, klassieke Burberry ruitjes en dure zeilmerken. De presis spande de kroon in zijn zwarte maatpak met krijtstreep, en roze overhemd. Al met al een treffende combinatie tussen Jort Kelder en Prins Willem-Alexander in zijn jonge jaren. Tegenover de fatterige jongens stonden dan wel weer hele knappe meisjes. Ze waren zonder uitzondering blond en perfect opgemaakt, zonder arrogant te zijn. Wat me ook opviel was dat ze er gezonder uitzagen, roziger, misschien een beetje boerser, maar wel met stevige botten en vlees op de juiste plaatsen. Ze konden zo in een kaasreclame. Dit klinkt heel stereotiep, maar tot mijn verbazing was het echt zo.
Een miniscuul stukje Nederland in Leuven, weggestopt in een klein rokerig zaaltje. Het meest besproken onderwerp waren de Belgen en hun tekortkomingen. Verassend. Het viel me mee dat ze geen clublied hadden. Het bier was gratis, dus een stomdronken GJ zette na een tijdje het wilhelmus in. Met zijn hand op z’n hart. Ik troonde hem mee naar buiten. Terug in België.
Vandaag had ik een gesprek met de monitor van geschiedenis. Ik begon over Hollandia, maar ze viel me in de rede: “Da zijn zo van die lui die de ganse dag in het oranje lopen, daar moet ge niet bijgaan hoor!” Gelukkig maar. Ik ben in Leuven komen studeren om de corpsballen te ontlopen. Geëmigreerde corpsballen horen daar ook bij.