Consumentenethiek
31 oktober 2007
Het is belangrijk om na te denken over wat je koopt. Waarom? Omdat dat ethisch is. De meest voor de hand liggende producten of diensten zijn over het algemeen de minst ethisch verantwoorde. Dat deze producten voor iedereen beschikbaar zijn, dat is een feit. Je hebt ze (misschien) zelfs nodig om in een Westerse samenleving te kunnen functioneren. Maar zodra er alternatieven voor verschijnen, is het ‘beter’ daar zo snel mogelijk op over te stappen.
En dan heb ik het niet over ongezond eten of andere slechte gewoontes. Daarmee doe ik alleen mezelf tekort. Ik heb het over bedrijven en instellingen waar ik gedurende mijn leven gebruik van zal maken. McDonalds bijvoorbeeld, of Shell, of Microsoft. Maar ook winkelketens zoals Zeeman, Action, Wibra, en waarschijnlijk nog veel meer. Iedereen weet (of zou moeten weten) dat er ‘iets’ is met die bedrijven. Hoe is het anders mogelijk dat de eerstgenoemde categorie elk nieuw initiatief in de kiem smoort door haar weg te concureren? En hoe zou het anders mogelijks zijn dat de tweede categorie hun producten zó goedkoop kunnen aanbieden? Indirect heeft dat gevolgen voor mensen of natuur, die aan het begin van het productieproces stonden.
Wat dat dan is, en hoe erg dat is, daarover zijn de verschillende partijen het niet eens. En het is behoorlijk ingewikkeld om er achter te komen. Activisten hebben nog al eens de neiging te overdrijven of in hun eigen voordeel te rekenen. Lobbyisten daarentegen relativeren te veel, of laten onfrisse feiten gewoonweg achterwege.
Ik weet wel dat dit stukje niet professioneel en zeker niet volledig is. Ik ben dan ook een doodgewone consument die zijn best doet uit een wirwar van informatie te filteren, hoe hij zich het beste kan gedragen. Bijvoorbeeld. Wat voor merk koffie moet ik kopen om niet indirect andere mensen uit te buiten? En wat voor energiebedrijf kan ik het beste inschakelen als ik zo min mogelijk het milieu wil belasten? Wat kan ik het beste stemmen bij de eerstvolgende verkiezingen en waarom?
Waarom vraag ik me al deze dingen af? Noem het een messiascomplex. Maar ik denk, dat zolang ik blijf nadenken over mijn keuzes, ik meer geneigd ben het goede te doen. Het goede. Dat klinkt aanmatigend. Want wat is goed? En wie ben ik om goed te doen? Ik denk dat het ‘goede’ op het vlak van consumeren in de meeste gevallen meer passief dan actief is. Pijn, oorlog, uitbuiting, verval, een gat in de ozonlaag. We hebben het allemaal al. Zelfs al gaan we morgen met z’n allen voor het goede kiezen, dan nog kunnen we niet meer in de plus komen. Maar als dat beetje goeddoen er toe bijdraagt dat dingen niet erger worden dan ze zijn, dan heeft er al een grote verschuiving in mijn hoofd plaatsgevonden.
Ik heb de wil om goed te doen, al is dat goede niet meer dan van -1 een 0 proberen te maken. Wat daar voor nodig is? Vragen blijven stellen. Kritisch zijn. De waarheid willen weten. Informatie verzamelen. Onafhankelijke bronnen aanboren. Kortom blijvend je nieuwsgierige en scherpe neus in nieuwe onderwerpen willen steken. En vervolgens naar de conclusies die je trekt leven. In de meeste gevallen betekent dat extra moeite en geld investeren om van dezelfde soort producten en diensten gebruik te kunnen maken.
Ik wordt er wel eens moe van. Wat een klotewereld is dit toch. Waarom maken mensen winst ten koste van anderen of de natuur. Waarom zijn de sterkste bedrijven meestal de slechtste. Waarom houdt het dan nooit op? Op zulke momenten wil ik niet meer nadenken en gewoon weer alles consumeren wat ik tegenkom. Maar stoppen met nadenken is misschien wel het ergste dat er is. Daarmee veeg ik het geloof in mijn positie (of taak?) en de kracht van de underdog volledig uit. Gelukkig zullen er altijd mensen of instellingen zijn die me helpen met nadenken en onderzoeken.
Edit: toevallig lees ik net een stukje over de wanpraktijken van energiebedrijf Electrabel op de blog van Gerda. Koren op mijn molen. Nieuwsgierig? Ga naar www.electrabrol.be en bekijk het filmpje.
Bang voor het Bekende
30 oktober 2007
Ik heb de laatste tijd niet veel geschreven. Ze waren er wel, de woorden, de inspiratie, de zin, de rust. Maar in mijn hoofd zit censuur. Waarom? Dat weet ik niet precies. Niemand van mijn familie of vrienden kent deze blog. Behalve mijn zusje dan, maar die is niet geïnteresseerd. Ik zou dus gerust over hen kunnen schrijven. Of over mezelf. Maar toch. Het staat daar allemaal maar zo bloot op het internet. En er is meer dan familie en vrienden. Iedereen die op deze site een beetje doorklikt, weet dat ik eerstejaars geschiedenis aan de KULeuven ben. Bovendien ben ik verreweg de enige Nederlander in mijn jaar. Het zou toch vervelend zijn, als die mensen wisten wat ik voor hersenspinsels heb. Maar waarom eigenlijk? Ik doe nu toch ook weer niet mijn seksleven uit de doeken. Om maar iets te noemen. En trouwens, wat kan mij het eigenlijk schelen? Maar zo werkt het blijkbaar niet. Ik heb visioenen van proffen die me buizen als ik hen bekritiseer, of medestudenten die me om zeep helpen als ik vervelende dingen over hen schrijf.
De grenzen van de blog. Waar liggen ze? Ik heb ze nog niet eens verkend of ik kom er al mee in aanraking. Internet is zo’n vrij medium. Door het lezen van blogs kom ik met mensen in aanraking die ik in het dagelijks leven niet was tegengekomen, of waarin ik me nooit had verdiept. Heel interessant, leerzaam, bevrijdend zelfs. Maar juist het grootste voordeel van internet blijkt ook zijn nadeel te zijn. Open informatie is natuurlijk ook open voor de mensen waarvan wie je liever niet hebt dat zij die informatie in handen zouden hebben.
En dat staat dan nog los van de vraag of ik té voorzichtig ben. Te onzeker, bang om afgewezen of veroordeeld te worden misschien. Het kan me niet veel schelen wat een onbekende van mij vindt. Alhoewel… Op school vinden ze het bijvoorbeeld maar raar dat ik getrouwd ben. Ze vinden me te jong en vragen me voorzichtig of ik soms protestant ben. Hoezo? Omdat ze daar vaak trouwen voor de seks. Dat antwoord heb ik écht meerdere keren gehad. Zie je, daar heb je het al weer, die seks. Het gaat ze natuurlijk niets aan. Geen ruk wou ik zeggen, maar dat was wat al te concreet. Toch ben ik geneigd me te verontschuldigen. Uit te leggen dat ik heus wel een leuk meisje ben, dat ik ook op café ga en niet aan mijn heer gemaal zit vastgeketend. Maar het helpt niet veel. Ik ben en blijf die getrouwde Hollander, die vast protestant moet zijn.
Nu bij deze, dat ben ik dus niet. Of toch in ieder geval niet zoals jij denkt dat ik het ben. Jij eventuele belager, ik schrijf alles wat ik wil. En wat je er van vindt kan me niets schelen. Ik vind Gordon een bal, en ik kan het weten, want ik heb een enorme zwak voor showbizznieuws. Ziezo, dat is er uit. Mijn eerste twee ontboezemingen. En waag het niet hier slechte gedachten over te hebben. Het internet is in al zijn openheid toch ook een beetje van mij. Ik heb hier mijn eigen stukje, zoals jij daar ook recht op hebt. Zoals we allebei van deze wereld zijn. Jij in jou stuk, ik in het mijne. Zonder dat ik daar overigens door jou in geduwd wil worden. Dat maak ik zelf nog wel uit. En als het me niet bevalt, dan ben ik zo weer weg.
Volgens mij ben ik een beetje kattig vandaag.