Pottenkijker

22 februari 2008

De overbuurman opende dit keer ons dagelijkse neutrale praatje met:
Toffe screensaver hebt ge!

Screensaver, stamel ik… hoe weet u hoe onze screens…
Wij wonen namelijk op de eerste verdieping en de computer staat ergens halverwege de huiskamer, niet eens in de buurt van een raam.

Ja, glimlacht hij vriendelijk, vanuit onze slaapkamer zien wij altijd die toffe stationsklok die jullie als screensaver gebruiken. Waar heb je die vandaan?

Oei, als de buurman in staat is tot aan de screensaver te kijken, wat heeft hij dan in de voorbije maanden nog meer gezien? In een flits schieten de ochtenden dat ik tot de lunch in ondergoed door het huis dabberde, de ruzies met GJ waarbij ik bestek naar z’n hoofd smeet, maar ook de goedmaaktaferelen achteraf langs mijn netvlies.
Euh, die screensaver hoort bij Linux, wij hebben namelijk geen Windows meer.
Maarre, u kunt dus recht in onze huiskamer kijken?

Geen probleem hoor, knipoogt hij me toe, wij zijn zeer discreet.
En met die woorden verdwijnt buurman richting zijn eigen deur.

Jaja, discreet. Ik moet toch eens gordijnen aanschaffen!

Cijfersssss

20 februari 2008

Het gonsde er van gisteren. In de gebouwen, op de pleinen en de straten rondom de ‘Letteren zone’ van Leuven. Oftewel, alles in de buurt van de Blijde Inkomststraat, het Ladeuzeplein en het stadspark. Het begon ’s morgens toen ik naar mijn les liep. Ik zag twee meisjes die zich huilend in elkaars armen stortten en vroeg me af of het oorlog was. Maar nee, het was van vreugde. De cijfers zijn binnen!

Tijdens het college lette niemand op. Hoe vaak de prof zijn kindertjes ook bij de les probeerde te houden door vragen te stellen, er kwam geen antwoord. Het bleef bij afwezige stilte of ingespannen gefluister.
Maar allez, tis nu toch ook weer niet zó vroeg en mijn vragen zijn toch ook niet zó moeilijk. Nee prof, dat is het ook niet. De cijfers zijn binnen…

In de pauze bleek dat ik een van de weinigen was die zijn punten (ik heb nog niemand cijfers horen zeggen, al houd ik het stug bij dat woord) had nagekeken op intranet. Er waren veel buizen bij, zo leek het. Maar dat komt waarschijnlijk omdat gebuisden reden hebben tot klagen of onbegrip. Voor de papers bleek de helft van mijn jaar gebuisd, precies zoals de docent aan het begin van het semester had voorspeld. Wat een eikel.
Toch kreeg ook ik het benauwd, omdat zelfs een aantal leergierige studiehaantjes dikke onvoldoendes hadden.

In mijn tussenuur crosste ik naar de bieb, waar ik mij onder het hekje en de strenge blik van de bibliothecaris heenwrong, omdat ik mijn pasje vergeten was. En daar, op een computer in een doodstille ruimte, ontsloot ik mijn lot:
Ik had één buis op Frans, een belachelijk lage 5. Ik had echter niet anders verwacht. Vervolgens twee tienen voor Nederlands en literatuur waar ik niet zo blij mee was, omdat ik juist had gedacht dat ik het daar goed op gedaan had. Ik mag niet zeuren, want ik heb het gehaald, maar het knaagde. Dan kwamen de papers, die -de hemel zij geprezen- samen een 11 opleverden. En als laatste had ik nog twee keer een 14 voor de belangrijkste vakken Oudheid en Middeleeuwen. Volgens mij is dat nog best goed. Ik heb er minder gevoel bij, omdat die Belgische manier van becijferen me minder zegt.

Gelukkig blijft het tot nu toe een rustige zomer. Bovendien is mijn studiehouding na het eerste semester aardig veranderd. Ik weet nu beter waar ik het voor doe, en dat motiveert me om ’s avonds toch nog even achter de boeken te gaan zitten. Het eerste semester heb ik geen boek ingekeken, nu gaat het bijna vanzelf. Ik hoop dat dit zich ook zal vertalen in hogere cijfers bij het tweede semester. Diezelfde hoop geeft me een wat dubbel gevoel, want als ik hoor hoeveel mijn klasgenoten hebben gestudeerd, waarvan sommigen op twee of drie vakken gebuisd waren, voel ik me schuldig over de vanzelfsprekendheid waarmee ik mijn cijfers in ontvangst neem.

Maargoed, genoeg gezeurd. Het eerste wat ik nu ga doen, is mijn oude cursussen in mappen stoppen en heel ver weg bergen!

EDIT: ‘Goe gedaan’, zei de mentor vandaag, ‘…zeker voor een Nederlander.’