De woorden
19 maart 2008
Zezunja schreef een blog over synesthesie. Hoewel ik geen synesthetische aanleg heb, kreeg ik een beetje het gevoel terug dat ik als kind had bij woorden. Mijn associaties met woorden en letters gingen altijd om emotie. Ik dacht dat letters alleen maar voor een bepaald woord werden gebruikt omdat ze de sfeer of emotie van de betekenis van dat woord met zich meedragen. Het woord boos bijvoorbeeld, keek me altijd zo bOOs aan met zijn kordate B, z’n grote kwade OOgen en de geniepige S. De emotie boos had onmogelijk gespeld kunnen worden met de nette N, de deftige F of de goedmoedige J. Mijn lettertheorie ging natuurlijk niet op voor lidwoorden, voorzetsels, voornaamwoorden en meer van die grammaticale ballast. Maar dat ontdekte ik later pas.
Mijn ouders hebben me verteld dat ik als tweejarige lievelingswoorden had. Mijn grootste favoriet was terracotta, maar broccoli deed het ook heel goed. Voordat ik in staat was in zinnen te praten, brabbelde ik uren achter elkaar dezelfde woorden. “Je kon nog geen gesprek voeren, maar praten zoú je” grapte mijn vader. Hij werd horendedol van de vragen die ik later als kleuter elke ochtend aan hem stelde, als hij nog slaperig aan zijn ontbijt zat. Waarom heet een appel bijvoorbeeld appel, en waarom hebben ze peer geen appel genoemd? “Omdat er ooit een meneer Appel was, die appels zo lekker vond, dat hij dat fruit naar zichzelf noemde.” Mijn vader zei het, en dus was het waar. Ik heb het jaren gelooft.
Iets later begonnen de schrijfexperimenten. Ik schreef consequent in spiegelbeeld, misschien omdat ik linkshandig ben. Ik herinner me dat ik mijn eerste woord schreef. Ik zat in de kerk met mijn moeder en kladderde letters in een notitieboekje. Na elke serie letters vroeg ik aan mijn moeder wat er stond. Er stond nooit een echt woord, totdat ze zei: “daar staat SLIM.” Oh wat voelde ik me slim!
Maar dat je alles kunt schrijven wat je wilt, betekent nog niet dat je alles kunt lézen. Op mijn eerste leesboekje in groep 3 stond onderaan op de kaft: uitgeverij Kluitman. Uit-Ge-Ve-Rij, wat ik las als uit-gevaar-ij. Met andere woorden, ‘het is niet gevaarlijk om dit boekje te lezen.’ Ik dacht dat het betekende dat het boekje geschikt was voor kinderen omdat het niet eng was; uitgevaarij. En wat die Kluitman daarmee te maken had wist ik ook niet.
Tja, kinderlogica.
[...] Via Oker bij Zezunja terechtgekomen, die heel wat (blijkbaar kleurige) tekst heeft gewijd aan synesthesie. [...]
Interessant stukje waarvan ik (helaas) niets herken. Al kan ik er ergens wel inkomen dat terracotta en broccoli tot je lievelingswoorden behoorden. Alhoewel, op 2 jaar al? Hehe.
Volgens mij zijn dat ook allemaal tekenen van een hoge intelligentie.
@Linn: ik denk dat het voornamelijk om de klank van de woorden ging, hehe.
[...] in de planning zitten, borduur ik nog even lustig voort op mijn uitspatting van taalsentiment vorige week. Kinderen zijn immers taalkunstenaars en filosofen ineen. Bij filosofie hadden we het een tijdje [...]
Haha. Ik kan me in mijn huidige levensvorm perfect in je kinderbrein inleven eigenlijk. Ik vraag me nu nog altijd af waarom bepaalde woorden voor dingen net die bepaalde woorden zijn. Allez, appel, op wat slaat dat nu toch? En ik denk dat het wel een vorm van synesthesie was, maar dat je eruit gegroeid bent.