De buurtjes

13 april 2008

Als de buren buiten komen, schreeuwen ze altijd naar elkaar. De buurman naar de buurvrouw, en andersom. Ze schreeuwen ook altijd naar hun kinderen. De kinderen schreeuwen niet terug. De buurman heeft altijd een rood hoofd. De mondhoeken van de buurvrouw staan altijd naar beneden.

Ze wonen naast ons in een huis dat even groot is als het onze. Alleen woont in ons huis op elke verdieping een ander gezinnetje. Zij hebben alle vier de woonlagen voor zichzelf. Hun huis is eigenlijk mooier, nieuwer en luxer. De tuin ook. Voor het huis staan twee flinke volvo’s. Toen ik hierheen verhuisde, parkeerde mijn vader de auto met al mijn spullen voor ons huis. We waren druk aan het uitladen, toen de buurvrouw kwam aangereden. Ze was woedend. Waar wij het lef vandaan haalden om op háár plek te gaan staan.

‘Maar dit is toch hun huis?’ vroeg mijn vader verbaasd. ‘Wacht heel even, binnen vijf minuten zijn we uitgeladen.’ Dit was achteraf gezien niet zo slim. Sterker nog, het zette de gevoelens van kilte en afgrijzen voor de marginalen van hiernaast, om in gloeiende haatgevoelens. Wendde de buurvrouw tevoren haar hoofd af als wij langskwamen, nu maant ze hardop haar kinderen niet naar ons te kijken. Haar vermaningen helpen. Toen ik hier net woonde, glimlachten de buurkinderen terug als ik hen groette. Inmiddels duiken ze met een rood hoofd weg als wij de deur uitkomen.

Erg logisch vind ik het afgrijzen van de buren niet. Gezien het feit dat wij beiden student zijn en daardoor in de toekomst waarschijnlijk een behoorlijke baan met bijbehorende maatschappelijke status zullen krijgen, zou je denken dat ze daar alvast gevoelig voor zijn. We lopen ook niet rond in oude trainingsbroeken. Alleen rookt GJ nogal eens een peukje uit het raam. Hij smijt datzelfde peukje zelfs op straat. Dat is niet netjes. Eens in het half jaar ruimt hij alle peukjes op.

Op de brievenbus van de buren is een sticker geplakt. Op die sticker staat: ‘geen haat in mijn brievenbus.’ Misschien helpt het. In dat geval zou de buurvrouw ook een sticker op haar voorhoofd moeten plakken. Op die sticker zou moeten staan: ‘geen haat in mijn hoofd.’

8 Reacties naar “De buurtjes”

  1. Rian zei

    Ai, wat jammer dat moederlief de kinderen instrueert hun hoofd weg te draaien voor bepaalde mensen. Erg onbeschoft, vooral omdat er schijnbaar geen geldige reden voor dit bedrag bestaat.

  2. Leonie zei

    Bestwel belachelijk om kinderen zo in te palmen, en nog belachelijker dat ze jullie haat om… om niets eigenlijk. Jammer dat mensen er af en toe zulke gedachtengangen op nahouden. Als die peukjes jullie enige imperfectie zijn, zou ik zeggen dat jullie perfecte buren zijn ^_^

  3. Je mag altijd eens onze buren komen lenen …

  4. Anders zei

    Zo zie je maar weer ;
    méér is niet altijd beter…
    maar die peukjes…
    dat kan toch eigenlijk niet meer
    anno 2008 ;)

  5. Menck zei

    “Leuk”, zo’n buren. Sommige mensen denken echt dat de nulmeridiaan dwars door hun gat loopt. Bah.

  6. zapnimf zei

    Ik dacht dat dat alleen Antwerpenaars waren, Menck?

    Manieren leren en ze dan nog toepassen is niet iedereen gegeven.

  7. zeezicht zei

    Die arme kinderen worden goed ‘opgeleerd’ heel a-sociaal.

  8. Daniel zei

    Welkom in België. Het gebrek aan buurschap is één van de kleine kantjes van dit landje. Vrederechters hebben hun handen vol met het oplossen van burengeschillen, pesterijen, lawaaioverlast, overhangende bomen, beplanting die ‘over de grens’ komt, om dan nog maar te zwijgen over het geroddel, het vertikken van goeiedag te zeggen. Vlamingen zijn op dat vlak behoorlijk hypocriet en jaloers.

Reageer