Dialogue
23 augustus 2008
Kwam ik tegen in het dagboek van mijn au-pair tijd in Parijs. Het speelt zich af tijdens het theedrinken. Het gaat om A de moeder van ‘mijn’ kind, S een goede vriendin van haar, en mijzelf. Het geeft iets weer van de sfeer waarin ik me toen bevond.
Ik: Would you like some tea?
S: What is it for kind of tea?
Ik: It’s something… I don’t know, it’s weird.
S: I só gotta have it if it’s weird.
A: Actually it quite dissappointed me.
S: Yeah, sometimes the aftertaste is just too plastic, I can’t handle it. Groce, what’s with those big brands.
Ik: Can I make you something else?
S: No thank you darling, I’ll drink it anyway.
Om te huilen, om je zakdoek uit te wringen
22 augustus 2008
Aan de tafel voor mij zat al twee dagen een jongen. Met een dik boek, vellen vol met cijfertjes en een rekenmachine zat hij ijverig dingen te doen waarvan ik blij ben dat ik ze niet meer hoef. Hij had niet eens tijd om naar het mooie uitzicht te kijken. Af en toe leende hij een stiftje of een liniaal van mij en dan ging hij weer verbeten verder.
‘Je studeert zeker economie?’ vroeg ik naïef. Als je iets met cijfertjes doet, moet het immers economie zijn. Het woord wiskunde heb ik al jaren uit mijn brein gebannen. Maar nee, hij studeerde pol & soc, en had een herexamen statistiek. ‘Oh, maar dat heb ik gelukkig niet’, zei ik blij en triomfantelijk. ‘Ik doe namelijk geschiedenis.’ Vanaf dat punt in ons gesprek werd mijn blijde ballon netjes doorgeprikt. De jongen wist mij te vertellen dat ik ook statistiek had, maar minder wiskundig dan bij pol en soc.
Die minder sprak me helemaal niet aan. Ik rende naar de computer om eens haarfijn uit te gaan vinden waar de mindere elementen voor zouden kunnen staan. Al snel werd ik heel erg bang. Logaritmen en reciproken, centrale tendentie en dispersie, parametrische danwel non-parametrische testen… Woorden die klinken als Chinees, als buismonsters, als tranendallen en als een heel naar semester voor de boeg. Dit waren niet de dingen die ik voor ogen had toen ik me inschreef voor mijn studie. Bovendien ken ik de prof voor dat vak al van vorig jaar, waar ik bibberend in zijn lessen zat. Hij heeft namelijk de gewoonte willekeurig mensen uit het publiek aan te wijzen als hij een antwoord wil, en sarcastische opmerkingen te maken als zij het antwoord niet weten.
Ik dacht dat geschiedenis de enige studie was waarbij statistiek omzeild kon worden. Maar dan had ik de richting oudheid moeten kiezen. Oja, als je filosofie en theologie studeert kun je het ook vermijden, vertelde GJ met een glimlach. Laat hij dat toevallig studeren. Hij die op de middelbare school wiskunde B12 volgde, terwijl ik wiskunde A1 op Havo niveau met moeite en bijles heb gehaald. Voor de Belgen: wiskunde A1 betekent een klas vol giechelige meisjes die de leraar belachelijk maken en tetris spelen op hun rekenmachine. Wiskunde B12 daarentegen, dat zijn de onbereikbare nerds die kicken op getallen.
Hoe dan ook, ik wilde de rest van mijn programma weten, voordat ik voor meer onverwachte verassingen werd gesteld. Maar veel beter werd het niet. Wat dacht u van 12 punten methodologische vaardigheden? Informatiekunde? Historische wetenschap? Ik had geen idee waar de echte geschiedenis was gebleven. Gewoon weer van die vakken waarbij je boeken mag lezen en plaatjes mag kijken. Waarbij het toppunt van narigheid bestaat uit het stampen van een stamboom of historische kaart. Die goede oude tijd waarin geschiedenis nog leuk was.
De stemming is gezet, dit wordt een topjaar. Nadat ze me binnen hebben gehaald met fijne, interessante vakken mag ik me aankomend semester gaan afbeulen met vakken waarin het woord geschiedenis niet eens voorkomt. Ik denk dat ik me veel ga bezatten dit jaar, ter afleiding van al dat studieleed.