Opening academiejaar
22 september 2008
Hoewel ik niet veel zin heb in het nieuwe schooljaar om redenen die hier te lezen waren, kan ik toch zeggen dat ik er hard aan toe was. Het was genoeg geweest met de vakantie, ondanks de herexamens. Iedereen was allang weer opgestart en ik ben blij dat wij nu ook weer zijn begonnen.
Vorig jaar zat ik samen met alle eerste bachelors naar een verhaaltje over lokaalcodes te luisteren en kreeg ik een rondleiding door Leuven. Er kwam veel op me af, en het meeste vergat ik meteen weer. Dit jaar is het heel anders. Ik maak alles bewust mee en wil dat ook graag. Ik voel me student en wil alle franje die daar om heen hangt zien en beleven. Vandaag was er met de opening van het academiejaar genoeg franje. Bijvoorbeeld de stoet van togati. Zo noem je dat blijkbaar, maar het is concreet een stoet van kerels (de meeste toch) die in toga gehuld op weg zijn naar de mis. De heisa er om heen vond ik geweldig. Met al die rondrennende cameramensen leek het wel prinsjesdag.

Daar komt de rector! Zie, de intocht van Sinterklaas is er niets bij.
Een paar uur later hield diezelfde rector een openingsrede in de Pieter de Somer aula, bij het stadspark. We dachten eerst dat we er niet in zouden komen, omdat de nette dametjes en heertjes aan de ingang met gastenlijsten zwaaiden. Maar gelukkig, bovenin was er voor de paupers ook een plaats. Ik heb niet het hele programma uitgezeten, maar wel de toespraak van de rector én die van minister Ceysens gehoord. Ik liep tegelijk met de minister het gebouw uit. En, wast goe? vroeg de minister heel schattig aan haar assistent.

Kortom, het was toch wel de betere poppenkast. Ik vond het heel leuk om meegemaakt te hebben en waardeer de tradities hier in Leuven bijzonder. De toespraak van Vervenne (rector) bestond uit redelijk klare taal, waarin hij zowel het falende allochtonenbeleid van de KULeuven als de falende regering aantipte. Ik had dit niet verwacht en deze toespraak heeft een deel van mijn typische KUL vooroordelen weggenomen. Nieuwe woorden in een oud jasje toga.
Consumoeilijk
20 september 2008
Ik durf niet te zeggen waar ik uiteindelijk ben beland. Niet in Gent in ieder geval. Toen de wekker ging, was ik zo brak van het feestje van de vorige nacht dat mijn bed aan me vast bleef plakken. Een aantal uren en een hete douche later ging het nog niet echt van harte. Na thee en tosti’s (croque monsieur) op de bank in het zonnetje, besefte ik dat een dagje cultuursnuiven er niet inzat. Het niet al te ambitieuze voornemen is nu om een bezoek aan Gent dan toch in ieder geval vóór de Gentse Feesten (die ook op de verlanglijst staan) ten uitvoer te brengen. Omdat mijn Hongaar nog het nodige van België en Nederland moet zien, zal dat wel lukken.
We besloten naar de Ikea in Zaventem te gaan. Die bleek heel makkelijk en goedkoop bereikbaar met de bus. Ik heb een haat liefde verhouding met Ikea. Ik hou niet van grote winkelketens die je in heel Europa terugvindt en overal volgens dezelfde formule ingericht worden. Ik houd er niet van als een consumerend schaap langs alle toonzalen te lopen en me te vergapen aan spullen. Spullen, spullen en nog eens spullen. Gemaakt en bedoelt om koopdrift op te wekken. Vroeger kochten mensen een peperdure uitzet van goede kwaliteit die hun hele leven mee zou gaan. Nu veranderen ze elke vijf jaar van interieur en kopen elke vijf jaar nieuwe, slecht gemaakte rommel, die ondanks dat veel grondstoffen kost.
Maar toen ik door de Zweedse supermarkt liep, kwamen fijne vakantieherinneringen boven. Bovendien moet ik toegeven dat veel spullen van de Ikea wél goed zijn (als je het juiste er uit pikt) en originele designs hebben. Over de ethisch verantwoorde herkomst valt dan weer te twisten. Ikea werkt voor sommige producten samen met het WNF en Unicef. Bedriegelijk genoeg voor sommige producten. Een paar jaar geleden kreeg Ikea een Amerikaanse ‘prijs’ als bedrijf dat zich het slechtste hield aan richtlijnen voor ethisch produceren. Hier valt o.a. onder, een eerlijk basisloon voor arbeiders in arme landen, geen kinderarbeid, alleen gekweekt tropisch hardhout, enzovoorts. Niet voor niets koop je een Knut en een Jokmokk voor hele zachte prijsjes.
Ik vind het leven als consument maar ingewikkeld. Als ik mijn spullen niet bij Ikea kan kopen, bij wat voor winkel koop ik dat dezelfde soort spullen? Ik kan er niet onderuit dat ook ik blij word van nieuwe aankopen. Soms word ik erg moe van mijn eigen pietluttige koopgedrag en schuldgevoel. Ik wil liever geen fruit van buiten Europa eten, omdat dat in milieuvervuilende vliegtuigen moet worden ingevlogen. Dat betekent dat ik nooit meer een banaan of een kiwi kan eten. En ik heb dan wel geen auto, maar ik wil toch op vakantie. Laat het vliegtuig nu goedkoper zijn dan welk vervoermiddel ook om op je bestemming te raken. Maar een retourtje Los Angeles is per persoon even vervuilend als het gemiddelde autoverbruik per jaar. Het is niet eerlijk. Het assortiment kant en klare vet en suikerhoudende producten breidt elk jaar enorm uit. Het assortiment groenten van eigen bodem daarentegen, wordt steeds schraler. Mensen stoppen hun lichamen, huizen en levens steeds voller met rommel, ten koste van zichzelf, het milieu en de derde wereld.
Ik wil graag ethisch consumeren en me niet laten leiden door de weg van de minste weerstand. De consequentie is een niet aflatend schuldgevoel en de knagende vraag: wat is het goede? De praktijk blijkt nogal weerbarstig. Ik heb nu spullen gekocht waarvan ik na drie keer nadenken nog steeds vond dat ze nodig waren. Ik ben er blij mee en ik ga er goed voor zorgen. Ik hoop dat ze nog lang meegaan.