Cravings

30 november 2008

Ik heb zo mijn persoonlijke eetrages. Dat eet ik weken aan een stuk hetzelfde soort voedsel, tot ik het helemaal kotsbeu ben en er de eerstkomende paar jaar niet langs kan lopen in de supermarkt.  Ik heb er degout van, zeg ik dan tegen GJ. Alleen maar omdat ik dat hier zo mooi vind klinken.

Het begint met een verlangen zo groot als een zwangere zeekoe. Pannenkoeken. Ik moet gewoon pannenkoeken eten. Heel veel en heel vaak en daarna nog eens. In de les mijmer ik weg bij beelden van stapels dampende pannenkoeken en grote potten stroop. Als ik langs een wafelkraam loop, verbeeld ik me dat het pannenkoeken zijn. Ik droom van pannenkoeken, zeur over pannenkoeken, google op pannenkoekenvariaties. En dan in een onbewaakt ogenblik bak ik een enorme stapel. En de week daarna nog eens. En de week daarna nog eens. Tot ik na een paar maanden achter een pannenkoek zit en denk: gatsiedarrie, zit ik hier alweer aan zo’n kleffe meelplak. Dat is het begin van een pannenkoekentaboe.

Zo gaat dat met heel veel dingen. Met name onlogische dingen.
Zelf uitgevonden tussendoortjes en lunches die me ooit heel blij maakten:

  • Witlofsalade met fruit en walnoten
  • Gebakken champignons op toast met mayonaise
  • Yoghurt met veel muesli en een scheut sinaasappelsap
  • Brood met kaas en een heleboel marmite, een minuut in de magnetron
  • Bouillon (gewoon, om te drinken)
  • Salade met mais, augurkjes en cocktailsaus
  • Havermout met rozijnen
  • Tosti’s met blauwschimmelkaas
  • Tosti’s met kaas, uien en curry of ketchup
  • Tosti’s met banaan en hagelslag
  • Japanse Mix
  • Yoghurt met heel veel bramenjam
  • Tegen het zwart aanverbrande toast met boter en zout
  • Chocolademelk
  • Afbakbrood met komkommer en geitenkaas
  • (zelfgebakken) Kruidkoek
  • Komkommersalade met kokos
  • Banaan met yoghurt in de blender (soort smoothie)
  • Kruidenboterstokbrood dat je even in de oven moet doen
  • Beschuit met een berg hagelslag die er bijna afvalt
  • Geroosterde kapjes met pindakaas en sambal
  • Tutti Frutti met vanillevla

Op dit moment is het cornflakes met hete melk. Grote bakken vol, zonder suiker. Ik weet niet waar het vandaan komt en wanneer het weer ophoudt. Ik weet wel dat ik al misselijk word als ik bovenstaand lijstje overlees. Bepaalde ingrediënten komen trouwens opvallend vaak terug in een nieuwe gedaante.

Wat zijn of waren uw voedselrages?

Toen spreken zilver werd

27 november 2008

Over de terugshock dan maar. Of de contrashock. Want ik wist dat mensen die naar andere plaatsen verhuizen last krijgen van het verschijnsel cultuurshock. Of misschien kan ik beter schok zeggen in aangenaam Nederlands. Maar dat er voor elke heenreis ook een terugreis was, had ik me nooit gerealiseerd. Nederland zou toch altijd Nederland blijven.

Maar dat doet het niet. Het gaat door terwijl ik weg ben. Als ik op een goede dag terugkom is het gegroeid als een kind dat je lang niet hebt gezien en in niets meer lijkt op de gekoesterde herinnering. Het kan er niets aan doen, maar schokkend is het wel.

Ik kom met enige regelmaat in Nederland. Waarschijnlijk wel twaalf keer op een jaar. Maar meestal spreek ik niemand anders dan familieleden en vrienden. Die ken ik als mensen waar ik van hou, niet als Nederlanders.

“She’s coming on strong” zegt GJ over grote vrouwen die heftige knuffels geven ter begroeting. Ik kan me voorstellen hoe intimiderend dat is. Diezelfde ervaring heb ik sinds kort zodra ik de internationale trein op Antwerpen Centraal binnenstap. De Nederlandsheid komt als een hele grote vrouw op me afgerend. Nog wel het meeste in de taal.

Aan Belgen kan ik me in de trein zo heerlijk irriteren. Het geroddel op beschaafde toon is kenmerkend voor de dubbelheid waar ik hier zo vaak mee te maken heb. Dan de Nederlanders. Zij gooien hun frustraties er zo grof en luid uit dat de halve trein kan meegenieten. Ineens is er geen irritatie meer, maar schaamte. Dit zijn mijn mensen. En wat een onbeschaafde horken zijn het geworden terwijl ik weg was.

Ook in de supermarkt durven GJ en ik bijna niet tegen elkaar te spreken. Omdat we ons realiseren dat uit onze monden ook dat vreemde vieze accent komt. De informele woorden die de directheid van de zinnen nog eens extra benadrukt. Om nog niet eens te beginnen over het volume. Ze praten niet, ze schreeuwen.

Als we vorig jaar na een weekendje Nederland op het station van Antwerpen stonden, zuchtte GJ altijd van opluchting. Ik kon hem dan wel slaan. De afgelopen maanden heb ik met hem meegezucht. Veilig terug in het beschaafde Belgie waar de mensen niet zeggen wat ze willen weten. Vaak ook niet weten wat ze willen zeggen. Lekker makkelijk.