Jaaroverzicht

30 december 2008

Vorig jaar keek ik terug op 1 januari, dit jaar toch iets eerder. December is om terug te kijken, januari is om vooruit te kijken. Het was leuk om mijn postje van vorig jaar te lezen. Hoe anders was mijn leven toen in vergelijking met nu…
2008 was mijn eerste volledige Belgische jaar. Een jaar waarin ik het voor elkaar kreeg om met twee landen tegelijk een haat-liefde relatie op te bouwen. Vorig jaar was Nederland de liefde en België… niet de haat, maar sypathiek vond ik hem ook niet. Dit jaar geldt voor beide landen: can’t live with them, can’t live without them.

Maar dan nu het jaaroverzicht.

Januari was de maand waarin ik mijn allereerste Belgische blok had. Tevens de maand waarin in voor het eerst in mijn leven stress heb gevoeld. Fijn was dat niet. Eind januari voelde ik me zo leeggelopen en labiel dat ik met stoelen heb gegooid naar GJ. De put in de deur herinnert aan die tijd.

Februari verwende me met een broodnodige week vrij. In die week heb ik een Tour d’Amour gedaan door Nederland. De hele week heb ik in de trein gezeten en elke dag een ander vriend bezocht. Rosé drinken tot diep in de nacht, bijkletsen, lachen, shoppen en van mensen houden. Het was een mooie week. Daarna begon in vol goede moed en barstend van de studieijver aan mijn tweede semester.

Maart bracht de zomervakantiekoorts met zich mee. Ik ontdekte een website, sloeg aan het dromen, en ineens was er een ticket richting Lapland geboekt. Verder baalde ik dat de lente maar niet wilde komen en vierde ik mijn eerste trouwjubileum. De laatste week van maart had ik alweer paasvakantie, die ik heb gevuld met werken voor mijn zomervakantie. Tussen het werken voor was er ook nog de Wijvenweek, waar ik het achterste van mijn tong liet zien.

April begon met een tweede week paasvakantie, waarna ik even stevig moest inkomen in het Belgische studieleven. Maar gelukkig brak toen eindelijk te lente door en ik maakte traditioneel een pan brandnetelsoep om het te vieren.

Mei was ongelofelijk warm en ik heb niets anders gedaan dan lessen overslaan. Op een handdoekje lag ik elke dag in een of ander park om de warmte op te zuigen. Het was een heerlijke maand met veel terrasjes en illegale nachtelijke wijnfestijnen in het stadspark. Pas tegen het einde van de maand besefte ik dat in nooit meer een les als eerstejaars zou hebben. Het jaar was werkelijk voorbij gevlogen.

Juni begon met een mislukte poging tot het bezoeken van Pinkpop. Daarna ben ik dan maar braaf gaan studeren. Mijn tweede blok was niet minder zwaar, maar verliep heel wat beter dan de eerste. Ik wist wat ik kon verwachten en de stress sloeg me minder lam. Gek genoeg waren mijn resultaten slechter.

Juli rook naar vrijheid. We kochten ons blauw aan de kampeerspullen, maar daarna begon het grote avontuur. Halverwege de reis realiseerden we ons dat we ons heel wat op de hals hadden gehaald. Liften in het dunstbevolkte gebied van Europa is geen sinecure. Twee weken later, veel te veel kilo’s lichter, maar bruinverbrand en gelukkig kwamen we aan bij mijn ouders in Zuid-Zweden. Het was een prachtige vakantie.

Augustus betekende nog een laatste restje Nederlandse vakantie, en daarna herexamens. Ik was niet gemotiveerd en prutste maar wat aan. Het was te merken aan mijn resultaten en ik had even een flinke kater.

Maar gelukkig kwam toen september met nog een paar weken vrij. Ik werkte en vermaakte me in Nederland. Langzamerhand begon in zin te krijgen in mijn tweede jaar. Ik maakte het hele huis schoon en kocht nieuwe schriften. Toen het jaar met veel bombarie geopend werd, zat ik op de voorste rij.

Oktober zat vol optimisme. Ik kreeg een Hongaarse buddy en ik maakte kennis met de internationale studentenvereniging Pangaea. Het voelde als verraad, maar het beviel me er beter dan tussen de Belgen. Uitstapjes in het Vlaamse land wakkerden de liefde gelukkig weer aan. Ik genoot tegen alle verwachtingen in van de lessen en studeerde heel ijverig.

In november realiseerde ik me dat het de eerste herfst was waar ik ooit met zulke volle teugen van heb genoten. Kou en regen konden me niet deren, de bomen bleven maar mooi. Ik raapte kilo’s kastanjes en voelde me gelukkig in mijn eentje.

December kraakte ineens dat optimisme. Gestresste Belgen aan de pillen, vermoeidheid van het semester, familie die niet geeft wat je hoopt, religieuze verwarring en het gebrek aan Nederlanders in Leuven droegen bij aan een moedeloos gevoel. Ik realiseerde me dat ik er alleen voor sta in veel opzichten en dat gaf een flinke duw. De feestdagen vierde ik ondanks alles in vol ornaat.

Dat was mijn jaar.
Over enkele dagen: de voornemens en verwachtingen voor het nieuwe jaar.

De onbestemde kerst

25 december 2008

“Ik ga het dit jaar meemaken en er op letten. Ergens een paar sterretjes vinden aan een donkere hemel. Ik hoop oprechte blijdschap te zien, en echte liefde. Een kerst die er zonder cadeautjes, versieringen, kerstboom, en veel eten nog steeds goed uit ziet.”

Dat was wat ik vorig jaar schreef in de aanloop naar kerst. Inmiddels weet ik wel beter. Natuurlijk geloof ik nog in oprechte blijdschap en echte liefde. Op een doordeweekse dinsdag heb ik er alle vertrouwen in. Maar met kerst is die in een keurslijf gedwongen, omhangen met overdaad en vermengt met ideaalplaatjes uit boekskes. Een uitgeklede kerst ziet er onherkenbaar slecht uit.

Het is niet de eerste kerst zonder familie, maar wel de eerste kerst die ik bewust zonder familie doorbreng. We hebben het fijn, op doordweekse dinsdagen. Maar met christelijke feestdagen zijn de verschillen te groot geworden. Ik mis ze, en voel me een beetje eenzaam. Toch weet ik dat mijn kerst vorig jaar mét familie nog veel eenzamer was. Hun kerst is de mijne niet meer. Alle vanzelfsprekendheid is afgebrokkeld. Ik hoor er niet meer bij. Een zondaar kan vergeving krijgen, een ketter wordt verstoten. Niet bewust, maar dat transcendente lijntje van vroeger, is niet meer en komt niet meer terug.

Toch zat ik gisteravond in de nachtmis. Wat had ik er in godsnaam te zoeken? Wat heeft de moederkerk te bieden boven al die andere kerstdiensten die ik in mijn leven al bezocht? Ik wist het niet, en voelde me verward. De woorden leken zo hetzelfde, en ergens ook weer niet. Wat had ik vandoen met de mensen die naast mij zaten, waarvan het waarschijnlijk de enige keer in het jaar was dat ze een kerk vanbinnen zagen? Zij mochten als ontrouwe schapen naar voren lopen om deel te nemen aan de rituelen. Ik was een toerist in een vreemd land.

Ik kan maar één conclusie trekken. Een gelovige ben je voor het leven. Ik kan nog zo hard vloeken, schreeuwen, discussieren, studeren en redeneren in hoop het uit te bannen; geloven zit in mijn systeem. Ik kan geen a-religieus persoon zijn. Het zit te diep. Misschien is het ook maar beter zo. Nu moet ik nog een kader vinden voor dat geloof. Wie weet vind ik het ergens op de vele wegen naar Rome.