Goe weekend
19 juni 2009
Blijkbaar is het weer zo ver; vrijdagmidag.
Ik besef pas wat voor dag het is, als ik de medewerkers van de bibliotheek elkaar Goe weekend! hoor toewensen.
Zo gaat het altijd in de examenperiode. Ik heb geen besef van dag of tijd en ben stinkend jaloers op degenen die blijkbaar zoiets hebben als weekend.
Ik weet nauwelijks nog wat dat woord betekent, de laatste keer dat ik het gehad heb, moet ergens half mei geweest zijn. Ik ben een dronken student, verzonken in boeken, woorden, feiten. Ik ben zo slaperig dat de randjes van mijn ogen er pijn van doen, mijn huid is droog en het enige wat me nog wakker houdt, is de airco die te koud staat en een vreselijke nekpijn. Het wekelijkse Goe weekend-festijn van de werkende mens doet de moed in mijn schoenen zakken.
Maar het is een troost -en niet bepaald een schrale-, dat mijn overige 40 weekenden van het jaar relaxter zijn dan die van hen (wegens geen eigen huis, boom, beest of kind dat onderhoud vraagt), dat ik zo veel meer vakantie heb, en ontelbaar veel vrije dagen die ik neem als ik zin heb.
Ha!
Omslag
13 juni 2009
In een boekwinkel blijf ik niet lang plakken. GJ is zo’n boekenfanaat dat hij er uren kan doorbrengen. Verkopers heeft hij tot wanhoop gebracht door onaanspreekbaar en onverstoorbaar alle kostbare eerste drukken een middag lang te betasten en vervolgens met lege handen de winkel uit te stappen. Gezellige shopmiddagjes vielen in het water als hij langs een boekenmarkt liep. Dit leidt ertoe dat ik in elke boekwinkel automatisch denk: ik moet hier weg zien te komen.
Eigenlijk lees ik maar weinig romans. Het voelt een beetje raar en bloot om dat toe te geven. Ik volgde meerdere vakken literatuurgeschiedenis en moest steeds met voldoening vaststellen dat ik behoorlijk wat schrijvers ken en heb gelezen. Op de middelbare school heb ik me voor letterkunde aardig uitgesloofd. Nu komt er (buiten het verplichte spul) niet zo veel meer van, en snuffel ik niet langer in tweedehands boekwinkeltjes. Het is allemaal de schuld van GJ. Hij houdt de boekencollectie hier in huis op peil en daarmee heb ik mijn hersens uitgezet. Als ik iets goeds wil lezen, heb ik maar te grijpen in een van de boekenkasten hier in huis. Jammer genoeg verschillen onze smaken, en bestaat een behoorlijk deel van de collectie uit filosofische of theologische werken. Hoewel ik hem soms iets weet aan te smeren.
Want de laatste tijd kriebelt de leeslust als stof in mijn neus. Maar misschien is het stiekem de verzameldrift. Ik woon per slot van rekening in Leuven, wat toch wel een boekenmekka te noemen is. Er zijn hier bovengemiddeld veel bibliotheken die met enige regelmaat oude of dubbele boeken voor een prikje afstoten. Juist nu ik begin te beseffen dat ik hier niet altijd zal wonen, slaat de hebberigheid toe.
Tot mijn verbazing stond ik gisteren te springen naast het complete oevre van Ruusbroec (why oh why) en heb ik GJ er van overtuigd dat zo’n beroemd figuur, die bovendien uit Vlaams Brabant kwam, toch zeker de moeite waard is in de boekenkast te hebben staan. Het Zoniënwoud, jawel!
Tja. Niet voor de show, maar ook zeker niet om te lezen. De duizenden pagina’s Middelnederlands zijn voor als mij een langdurig ziekbed te wachten staat en ik in meer contemplatieve stemming ben.
Waarom dan? Voor de heb. Voor de geur, de KULeuven stempeltjes, de rare woorden, en het gevoel een studentje te zijn geweest.
Sentiment op voorhand, kan dat?