Stadsaap

10 mei 2009

Dit is voorlopig heus het laatste liedje dat ik plaats. Toevallig ontdekte ik de afgelopen weken allerlei leuks. Neem nou Peter Fox, de Berlijnse hiphopper die vroeger bij Seeed zat, maar nu voor zichzelf is begonnen. “Dit is op dit moment een hit in Duitsland” zei mijn broertje grijnzend en liet me een clipje zien. Maar ik was meteen laaiend enthousiast en struinde youtube af, op zoek naar meer van deze artiest. Zijn CD Stadtaffe is van 2008 en in alle clips figureren apen. Geweldig vind ik onder andere het nummer over Berlijn in de ochtend met een clip vol graffiti. Helaas is de CD via Bol nog niet verkrijgbaar.

Als je mij vraagt of ik van hiphop houd, zal ik automatisch nee zeggen. Amerikaanse bling bling gangsters die over vrouwen, auto’s en hun vijanden rappen, neen danku. Maar the Streets, Looptroop, Pete Philly & Perquisite en nu meneer Fox… zijn Europese hiphoppers die ik op hun eigen manier geniaal vind. Het is echt jammer dat de geluidskwaliteit via youtube zoveel slechter is. Toen ik de nummers van Peter Fox via youtube beluisterde, dacht ik dat mijn Duits dusdanig achteruit was gegaan dat ik het niet meer kon verstaan. Gek genoeg kan ik dat met de gedownloade CD wel.

Maar nu: genieten van gekmakende, door de kamer stuiterende vrolijkheid.

Eva

7 mei 2009

Alweer een liedje van Spinvis, ik ben er gewoon verliefd op. De versie van Spinvis ontdekte ik het eerst, toen de tekst, en daarna pas het origineel van Boudewijn de Groot. Hoewel ik fan ben van de laatste (wie niet), haakt er altijd iets. Zelfs als hij piepjong is, klinken zijn teksten me soms aanmatigend of megalomaan in de oren. Bijvoorbeeld in Testament, dat hij niet eens zelf schreef. Het heeft ook te maken met de manier waarop hij het zingt. Lennaert Nijgh heeft voor hem de prachtigste liedjes geschreven, bijvoorbeeld het nummer Eva. Ik vind dat dit nummer beter tot zijn recht komt als Spinvis het zingt, zijn stem past zo mooi bij de tekst. Voor wie kritisch wil vergelijken, hier de versie van Boudewijn. Spinvis schreef zelf ook een nummer over de schepping dat al even prachtig is, De zevende nacht. Een bijbelverhaal dat de verbeelding tart.

Ik houd de wereld in m’n hand,
het glazen ei vol land en wolken.
Ik zal de hemel gaan bevolken,
ik roep de varens uit het zand.

Ik schud de apen uit m’n mouw,
de spikkelpanters en de mieren,
het blauw konijn, de krabbeldieren.
Ik strooi topaas, azuur en dauw.

Ik weet nu dat ik alles kan.
Ik ken de dieren aan hun vel,
de vogels aan hun notenspel
en ik geef namen aan de man.

De verf die ik morste
vliegt plotseling in brand,
‘t pallet valt vlammend uit mijn hand.
De aarde zwaait open,
ik zie haar lopen
in m’n eigen groene gras.

Wil jij soms wit wezen
dat ik je niet ken
en dat ik niet almachtig ben.
Je wilt me vergeten,
mijn vruchten eten
en me bedriegen met je man.

Hier in je lichaam van albast
zie ik de roze vlammen branden
en wat je wilt valt in je handen,
je hebt m’n wereld aangetast.

Daar sluipt de groen gevlekte kat
en heeft de merel al te grazen,
de leguaan gaat bellen blazen,
kruipt op vijf poten over ‘t pad.

De vleesboom rijst het water uit
en rinkelt met zijn glazen snaren.
Er zit in de kristalpilaren
een uil die schuine liedjes fluit.

Hier sta ik voor zot
in m’n kamerjapon,
ik dacht wel dat ik alles kon.
En ben ik verdwenen
dan komt op zijn tenen
de engel met het grote mes.