Omslag
13 juni 2009
In een boekwinkel blijf ik niet lang plakken. GJ is zo’n boekenfanaat dat hij er uren kan doorbrengen. Verkopers heeft hij tot wanhoop gebracht door onaanspreekbaar en onverstoorbaar alle kostbare eerste drukken een middag lang te betasten en vervolgens met lege handen de winkel uit te stappen. Gezellige shopmiddagjes vielen in het water als hij langs een boekenmarkt liep. Dit leidt ertoe dat ik in elke boekwinkel automatisch denk: ik moet hier weg zien te komen.
Eigenlijk lees ik maar weinig romans. Het voelt een beetje raar en bloot om dat toe te geven. Ik volgde meerdere vakken literatuurgeschiedenis en moest steeds met voldoening vaststellen dat ik behoorlijk wat schrijvers ken en heb gelezen. Op de middelbare school heb ik me voor letterkunde aardig uitgesloofd. Nu komt er (buiten het verplichte spul) niet zo veel meer van, en snuffel ik niet langer in tweedehands boekwinkeltjes. Het is allemaal de schuld van GJ. Hij houdt de boekencollectie hier in huis op peil en daarmee heb ik mijn hersens uitgezet. Als ik iets goeds wil lezen, heb ik maar te grijpen in een van de boekenkasten hier in huis. Jammer genoeg verschillen onze smaken, en bestaat een behoorlijk deel van de collectie uit filosofische of theologische werken. Hoewel ik hem soms iets weet aan te smeren.
Want de laatste tijd kriebelt de leeslust als stof in mijn neus. Maar misschien is het stiekem de verzameldrift. Ik woon per slot van rekening in Leuven, wat toch wel een boekenmekka te noemen is. Er zijn hier bovengemiddeld veel bibliotheken die met enige regelmaat oude of dubbele boeken voor een prikje afstoten. Juist nu ik begin te beseffen dat ik hier niet altijd zal wonen, slaat de hebberigheid toe.
Tot mijn verbazing stond ik gisteren te springen naast het complete oevre van Ruusbroec (why oh why) en heb ik GJ er van overtuigd dat zo’n beroemd figuur, die bovendien uit Vlaams Brabant kwam, toch zeker de moeite waard is in de boekenkast te hebben staan. Het Zoniënwoud, jawel!
Tja. Niet voor de show, maar ook zeker niet om te lezen. De duizenden pagina’s Middelnederlands zijn voor als mij een langdurig ziekbed te wachten staat en ik in meer contemplatieve stemming ben.
Waarom dan? Voor de heb. Voor de geur, de KULeuven stempeltjes, de rare woorden, en het gevoel een studentje te zijn geweest.
Sentiment op voorhand, kan dat?
Vacuüm
18 mei 2009
Rusteloos ben ik. Ik voel me gekooid in Leuven en vlucht steeds weg. Ik kan de grijze straten niet aanzien en het geluid van auto’s niet meer aanhoren. Nooit voelde ik me zo weinig een stadsmens als nu. Ruimte heb ik nodig, ruimte om te ademen en te kijken. Het liefst van al vlucht ik nog naar mijn schoonouders, waar de horizon niet bestaat. Een tijdje terug hielp ik er mee met het planten van nieuwe stekjes in de kassen. Vroeg uit de veren en in je werkkleren op je knietjes zitten. Rechte rijtjes proberen te maken en je lijf voelen, sinds lange tijd. Blij zijn om het resultaat te zien. Alle weekenden van mei ben ik er geweest. De hond is altijd uitbundig als hij ons ziet, op de markt gaat het over beesten en akkers, bij opa en oma staat de koffie klaar en stipt om zes uur gaan we eten.
Zalig vind het ik het, tijdens de weekenden bloeide ik helemaal op. Tot het onherroepelijk zondagavond werd en ik weer op het perron stond. In de trein richting Leuven zaten alleen maar studenten. Overal om mij heen was het enige mogelijke onderwerp de blok. De steen ging terug op mijn maag, de brok terug in mijn keel.
Drie keer heb ik nu een blok meegemaakt, vaak genoeg om er bang voor te worden. Hoe goed en soepel mijn vorige examenperiode ook verliep, ik vind het vreselijk. Elke week van het semester heb ik er aan gedacht. Weer een weekje dichter bij de examens. Ik kan er niet tegen, ik wil niet meer, ik weiger. Het is een monsterlijke uitvinding die me gek maakt.
Ik vind mijn studie leuk en de manier van lesgeven ook. Maar ik zit op slot nu de examens komen, ik zie geen uitweg. Nooit eerder heb ik me zo gevoeld en nooit eerder ben ik een heel semester gestresst geweest om examens. Ik heb er minder en ze liggen me beter dan de vorige keer. Maar er is een knop omgegaan in mijn hoofd en hoe hard ik ook probeer…
Ik kan geen letter studeren.